Gelovigen vieren Pasen en Pesach
1 april 2010
Door Alfred Muller in Jeruzalem Yaron Cherniak, een jongeman van 22 jaar met lang haar en een baardje, maakt deel uit van de Joods-Messiaanse Shemen Sasson gemeente in Jeruzalem. Hij is de enige thuis die in Yeshua gelooft en hij viert de seder thuis bij de familie. De seder is een liturgische maaltijd aan het begin van Pesach, het feest van de ongezuurde broden, waarbij de Joden de uittocht uit Egypte herdenken. “Sommigen van onze gemeente hebben een messiaanse seder,” vertelt hij. “Ze verbinden de seder met het Nieuwe Testament, om te laten zien wat Yeshua deed voor ons.” Niet alle Joden houden zich strikt aan het eten van voedsel waarin geen gist zit, maar Yaron wel. “Ik geloof dat we geen brood kunnen eten gedurende Pesach. Dit is de regel die God in de Bijbel geeft.” Verzoening Hij gelooft dat Pesach ook met verzoening tussen de mensen te maken heeft. “Nadat de Messias kwam en wij het Nieuwe Testament ontvingen, zijn wij niet slechts meer Jood, Arabier, of iemand uit de volken. Hij kijkt naar het hart.” Tegenwoordig zijn er verschillende manieren om Joods te zijn: volgens de Asjkenazische of Sefardische manier of door seculier te zijn. “Maar uiteindelijk gaat het om je hart. Als je Yeshua ontvangt, ontvang je genade en vergeving. Jezus kwam in de tijd van de Tweede Tempel om de muren af te breken.” Zelf doet hij ook mee aan een programma, dat beoogt muren af te breken tussen Joden en Arabieren. Joodse en niet-Joodse gelovigen in Shemen Sasson gaan naar arme Arabische buurten om schoon te maken. “Wij zijn een licht voor de wereld. We helpen hen opruimen en we hebben hen lief. Op deze manier laten we zien dat iemand om hen geeft.” De opstanding als fundament De bijna 80-jarige Albert Babisha woont met zijn vrouw Eva en dochter Beatrice aan een steegje dat steil naar beneden loopt in de Christelijke Wijk in de Oude Stad van Jeruzalem. Pasen is voor hem belangrijk, want de opstanding vormt het fundament van het christelijke geloof. “Hij is opgestaan en Hij leeft voor altijd,” zegt hij. Hij nodigt tijdens Pasen altijd gasten uit. Ze komen bij elkaar om samen de Heer te prijzen en ze bereiden een maaltijd. “We houden van de gasten omdat ze Gods kinderen zijn,” zegt hij. Broeder Albert werd in Bagdad geboren en behoort tot de Assyriërs. Een groot deel van zijn familie werd tussen de jaren 1918 en 1933 door de moslims uitgemoord. Arabische namen zullen de Assyriërs hun kinderen niet geven, zegt hij. “De Assyriërs, waar je ze ook tegen komt, houden van Israël,” zegt hij. “Mijn vader was een man die hield van getallen in de Bijbel. Hij voorspelde dat Israël tussen 1940 en 1950 hersteld zou worden. Het gebeurde in 1948.”
Blinden Hij woonde in de Oude Stad toen Israël in 1967 Oost-Jeruzalem innam. Hij werkte toen voor de Evangelisch-Lutherse Kerk onder blinden. Zelf is hij ook blind: hij verloor zijn gezichtsvermogen op driejarige leeftijd door een virus die hij opliep tijdens een hevige zandstorm in Bagdad. Toen hij volwassen was, correspondeerde hij met een blinde dame in Bethlehem, die later zijn vrouw zou worden. De Jordaniërs gaven hem toestemming naar de Westelijke Jordaanoever te reizen als pelgrim. De ambtenaar zei nadat hij hem informeerde over zijn trouwplannen: “Als je daar wilt trouwen, dan doe je dat maar.” Later ontstond er een vacature bij de Lutherse kerk. Zijn vrouw overleed. Hij hertrouwde dertien jaar geleden met Eva. Zij komt uit een Libanese familie die behoort tot de Maronitische Kerk. Inmiddels heeft Albert Babisha het Israëlische staatsburgerschap. Eva bezit een Palestijns paspoort en ze heeft toestemming in Jeruzalem te wonen. Daar dienen ze de Heer. Dit artikel komt uit NEMagazine nr. 1 (april 2010). Ook ons (gratis) NEMagazine ontvangen? Stuur een mailtje naar info@nemnieuws.nl |