Liefde voor mensen die niets hebben
Door Alfred Muller in Jeruzalem Niets maakte zo veel indruk op Talia Crombie als het moment waarop haar groep een centrum voor weeskinderen naderde. "Dat was behoorlijk overweldigend. De kinderen renden op ons af en grepen onze handen. Ze probeerden een beetje aandacht te krijgen. Ik denk dat dat duidelijk liet zien hoe hard deze kinderen liefde nodig hebben." Talia Crombie (18) zit relaxed in kleermakerszit op de schommelstoel. Ze vertelt hoe ze deze zomer deel uitmaakte van een groep jongeren van de Narkis Straat Gemeente in Jeruzalem die outreach deed in Oeganda. Ze werkten daar met weeskinderen. Onder hen zijn velen die aids hebben en niet ouder dan tien jaar zullen worden. Ze waren te gast bij voorganger Grace van Jireh Ministries. Wat haar in Afrika sterk opviel was dat er een geestelijke wereld bestaat. Atheïsten zijn bijna niet te vinden. Mensen zijn christenen, moslims of animisten. In de westerse wereld heeft het geloof vaak geen consequenties voor de levensstijl. "In de westerse cultuur moet je voorzichtig zijn als je over je geloof praat. Je mag de ander niet voor het hoofd stoten. Maar in Afrika kun je veel vrijer zijn in het uiten van je geloof. Het is voor iedereen duidelijk dat er iets groters bestaat. Je vertelt de mensen: 'Ik ben christen en daarom en daarom kwam Jezus'. Daar houd ik wel van. Piercings In een van de dorpen waar wij waren, doet de helft van de mensen aan tovenarij. Velen, vooral kinderen, worden ontvoerd om te worden geofferd. De offers moeten volmaakt zijn. Daarom hebben velen littekens of piercings aangebracht. Sommige jongens lopen met stokjes in de oren. De ontvoeringen nemen af omdat steeds meer mensen tot geloof komen. Materialisme zag ik nauwelijks. Aan de andere kant zie ik hoe de duivel materialisme en secularisme gebruikt in onze maatschappij om mensen af te leiden. Zo van: 'Dit hebben we nodig, dat hebben we nodig'. Meestal hebben we dat spul helemaal niet nodig. De voorganger waar we te gast waren heeft de bediening om gemeenten te stichten. Zijn droom is een auto te kopen en een goede geluidsinstallatie te hebben om het evangelie te verkondigen. Dat is wat ik heb geleerd: tevreden zijn met wat ik heb. Ouders, een huis en onderwijs dat beter is dan vele anderen ontvingen. Ik moest daar een klas onderwijzen. Dat was in een kamer met muren van bakstenen, met een bord en banken. Er is één boek en dat heeft de leerkracht. Ze hebben geen boeken en geen schriften. Ze zitten en ze luisteren." Buitenlandse Talia werd in Jeruzalem geboren en bracht als kind enige jaren in Australië door. Ze groeide grotendeels in Jeruzalem op. Ze bezocht de anglicaanse school in de stad. Jarenlang heeft ze zich tegen de gedachte verzet dat ze weg zou gaan. Maar vorig jaar drong het tot haar door dat ze in Israël buitenlandse is. Dat levert beperkingen op bij wat ze kan bereiken. "Ik zal altijd op bezoek blijven komen. Misschien, in de toekomst, is er iets voor me te doen. Maar voorlopig ga ik weg. Ik realiseer me dat God elders zo veel voor mij heeft. In andere landen voelde ik me niet op mijn gemak. Maar in Oeganda voelde ik me thuis. Dat was een verrassing voor me. Dit is een plek waar ik mijzelf mogelijk in de toekomst zie. De voorganger stichtte in negen jaar 63 gemeenten. Hij pikt in de steden weeskinderen op en brengt ze in de kinderhuizen die hij opzet. Ik dacht: 'Daar zou ik graag aan mee willen werken.' Ik ga in februari naar de Universiteit van Perth om ontwikkelingsstudies te doen en er misschien iets praktisch bij leren, zoals administratie. Daarna wil ik graag werken met een organisatie die dingen doet zoals die voorganger doet. Iemand die naar afgelegen gebieden gaat en hoop en liefde brengt bij mensen die niets hebben." |